Geschiedenis

DE OORSPRONG VAN HET PINGPONG

PingpongDe naam Pingpong ontstond door het geluid dat de celluloidbal maakte op de tafel en de toen in gebruik zijnde ‘rackets’. Vroegere rackets werden gemaakt van kurk, perkament, karton en hout bedekt met doek, fluweel, leer of schuurpapier. Als bal werd soms gespeeld met champagnekurken of bolletjes wol.
Aanvankelijk werd het spel in speciale clubs en cafés gespeeld. In 1899 werd in Berlijn de
“1e Berliner Tennis und Ping-Pong Gesellschaft” opgericht. Er werden zelfs al ‘pingpong’-liedjes en kleding geïntroduceerd. Het spel bleef echter voorbehouden aan de hogere kringen. In 1900 werd in Engeland op de naam “Pingpong” octrooi verleend; hierna werd het spel een echte modegril. Er zijn vele verwijzingen van hoe het toen werd gespeeld; meestal in een huiselijke omgeving in de hogere kringen.

Bij de TTV Prinsenbeek kan iedereen van 8 tot 80 jaar terecht. Neem je eigen favoriete ‘bat’ mee of het nog van kurk of hout is, maakt niets uit!

Toen het tafeltennis de status van modegril had verkregen, ontstonden er al spoedig een paar hedendaagse complexiteiten; toch werd het spel nog steeds gezien als een `after-dinner` amusement in plaats van een sport: `smashes` werden als onsportief beschouwd!
In 1902 bedacht de Engelsman Good, dat het rubbermatje dat gebruikt werd voor teruggave van muntgeld, best als bedekking van zijn tafeltennis-batje gebruikt zou kunnen worden.
Dit zou je kunnen zien als een voorloper van het nu bekende noppenrubber.
In 1903 werd in een artikel gewaarschuwd voor het dragen van een kostuum met een gesteven overhemd en, voor dames, een satijnen jurk. Maar verder werd ook een gedetailleerd advies gegeven over geribbeld rubber, de penhoudergreep en tactieken. Tafeltennis was populair in Midden-Europa tussen 1905 en 1910, maar al daarvoor was een aangepaste versie geïntroduceerd in Japan, waarvandaan het zich later verspreidde naar China en Korea.

Wanneer het ooit “op-de-Beek” is begonnen, daar wordt nog onderzoek naar gedaan en hoort u mogelijk later. Wel staat vast dat begin jaren tachtig tijdens een Open Kampioenschap in de toenmalige ruimte “boven-de-Boerenbond” een 12-jarige knul kampioen werd met een puur houten bat…………….

In West-Europa en Amerika kwam er een korte terugval in de populariteit. Pas na de eerste Wereldoorlog groeide de interesse weer. Het spel werd herontdekt in Engeland en Wales in de periode na 1920. Toen waren het de tennisverenigingen die hun leden ook in de winter wilden bezighouden en daarom de wachttijden met tafeltennis bekortten. Bij koude en regen kon in de clublokalen van de tennisverenigingen het `echte` tennisspel worden nagedaan. Hoogte van het net en omvang van de tafels werden aan het toeval overgelaten…….

Misschien kunnen de tennis -en tafeltennisbestuurders vandaag de dag nog eens iets creatiefs met elkaar organiseren?

In Duitsland werd het tafeltennis uitgebouwd tot een echte sport. De twee eerste internationale kampioenschappen vonden daar plaats. In die jaren rond 1925 werden Nationale bonden geformeerd. Ook de standaardisatie van de regels begon, zowel in Europa als in het verre oosten.

In 1926 is de ITTF (International Table Tennis Federation) gevormd in Berlijn met Denemarken, Duitsland, Engeland, Hongarije, India, Oostenrijk, Tsjecho-Slowakije, Wales en Zweden als leden. Later dat jaar werd ook de USA lid.

Sommige veranderingen – een verlaging van het net, een tijdsregel tegen onaantrekkelijke wedstrijden tussen verdedigende spelers en regels ter voorkoming van extra voordeel voor de serveerder – werden geïntroduceerd in de jaren na 1930.

ITTF
In het seizoen 1931/1932 bepaalde de ITTF, dat er geen onderscheid meer gemaakt mocht worden tussen profs en amateurs; er zijn alleen nog maar ‘spelers’.

Dat is ook een van die aantrekkelijke kanten van TTV Prinsenbeek: geen onderscheid meer tussen profs en recreanten. Iedereen speelt met of tegen iedereen……….
Vanaf ca. 1930 tot 1950 was tafeltennis verboden in de voormalige Sovjet-Unie omdat het spel als onveilig voor de ogen werd beschouwd.
De USTTA (United States Table Tennis Association) werd opgericht in 1933 en sloot zich aan bij de ITTF. De in 1930 opgerichte Amsterdamse Tafeltennisbond sloot zich in 1933 ook aan bij de internationale federatie. In 1935 werd de NTTB (Nederlandse Tafeltennisbond) opgericht.
In 1936 (nog voor invoering van de tijdsregel) kwam de langste rally tot stand, die bij tafeltennis ooit plaatsvond, bij de WK in Praag werd 2 uur lang gestreden om 1 punt! Tevens werd toen door 2 andere spelers de langste partij ooit gespeeld, na 7 uur werd de partij in de 5e game afgebroken! Hierna werd de tijdsregel ingevoerd.

De enige tijdsregel die bij de TTV telt is: 23.00 uur stoppen, inpakken en bij een praatje een pintje pakken.

In de jaren 50 was er in de tafeltenniswereld veel ophef over het gebruik van sponsrubber. In 1952 verraste de Japanner Satoh met zijn nieuwe rubber iedereen en werd onbedreigd wereldkampioen. De dikte van het rubber zorgde voor een soort katapulteffect, waardoor er enorme snelheden aan de bal werden gegeven. In defensief opzicht hoefde men alleen de bal tegen te houden, zo groot was de veerkracht. Deze revolutie in het materiaalgebruik noopte de Oostenrijkse bond tot het voorstel om

ETTU

twee internationale federaties op te richten, een voor sponsspelers en een voor de rest. Pas in 1958 besloot de NTTB het sponsrubber te verbieden. In 1959 volgde de ITTF dit besluit van veel nationale bonden.
In 1957 was de ITTF zodanig gegroeid, dat besloten werd om continentale bonden op te richten – De Europese Tafeltennisbond ontstond; deze naam werd later veranderd in de ETTU (Europese Tafeltennis Unie).

Het recreatieve tafeltennis op de woensdagavonden bij de TTV Prinsenbeek wordt beoefend door vrouwen en mannen. Het grootste talent dat het Nederlandse tafeltennis ooit heeft voortgebracht, Bettine Vriesekoop (zij opende ooit een vroegere tafeltennislocatie in Prinsenbeek!) verdient een waardig opvolgster. Dus sportvrouwen van Prinsenbeek: doe een gooi…….. ofwel kom een balletje slaan bij ons……….

In 1961 werd de tijdsregel gewijzigd tot een ‘versnellingsregel’; na 15 minuten spelen moeten alle volgende punten binnen een serie van 12 slagen behaald worden…..
In 1971 was de USA-tafeltennis-delegatie naar China voorpaginanieuws onder de kop ‘pingpong diplomatie’. Het uitstapje zorgde niet alleen voor een grotere bewustwording van de sport, maar plaveide ook de weg voor betere diplomatieke verhoudingen tussen de Verenigde Staten en China.
Gedurende de jaren na 1960, ontwikkelde tafeltennis zich tot een wereldwijde sport, beoefend door zo’n 40 miljoen spelers in competitieverband en door ontelbaar veel meer spelers die het spel recreatief beoefenen. Het spel is in essentie niet veranderd sinds de beginjaren, maar is echter wel sneller, subtieler en veeleisender geworden – zelfs in vergelijk met maar twintig jaar geleden.
Vanaf 1960 begon China de Wereldkampioenschappen te domineren. Dit duurde tot 1980, toen tafeltennis bij de Olympische Spelen werd geïntroduceerd. Vandaag de dag zijn Europeanen de hoogst gerangschikte spelers bij de mannen; bij de vrouwen domineren de Aziatische landen.

  • Sinds een aantal jaren spelen we bij tafeltennis niet meer tot de 21, maar tot 11.
  • Om een wedstrijd (set) te winnen moet je drie spelletjes (games) winnen. Bij heel bijzondere wedstrijden is dat aantal te winnen games wel eens anders.

Bronnen:

  • Boek “Tafeltennis” van Harst, Giesecke en Schlaf(Elmar b.v.)
  • Website TG-enterprises(facts en figures about table tennis)
  • Handboek-ITTF

Met dank aan Carel Plantagie

Verzameld en bewerkt door Hans Mol.